Rechtbank Roermond 10 april 2009 (Roy), LJN BI0763

De rechtbank is van oordeel dat op grond van zowel het relaas van verbalisant als de eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat op beide webcamfilms jongens seksuele handelingen verrichten die kennelijk nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij webcamfilms heeft gedownload, waarvan hij de meeste direct heeft verwijderd. Het is mogelijk dat hij een enkel bestand heeft opgeslagen in een standaard Windows map. Met betrekking tot de websites waarop verdachte heeft gekeken, verklaart verdachte dat hij van derden links heeft gekregen naar websites met webcam-materiaal. Op die websites stond dat het legaal was om webcamfilms te bekijken van personen die tussen de twaalf en zestien jaar oud waren. Deze verklaring vindt steun in het feit dat de twee ten laste gelegde webcamfilms op de computer van verdachte zijn aangetroffen in de standaard Windows map “Mijn Documenten\Mijn muziek”. Daarnaast is er kinderpornografisch beeldmateriaal aangetroffen in de map “temporary internet files” en is de politie bij verdachte terecht gekomen omdat hij kinderpornografisch beeldmateriaal had uitgewisseld met [naam]. Dit betekent dat verdachte inderdaad op websites is geweest waar kinderpornografisch materiaal kan worden bekeken en/of gedownload. Gelet op het feit dat verdachte dus bewust op websites is geweest alwaar kinderpornografisch beeldmateriaal kan worden bekeken en/of gedownload, heeft hij door het downloaden van een bestand met een onduidelijke naam van dergelijke websites en het vervolgens niet openen van dit bestand willens en wetens bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij kinderpornografisch beeldmateriaal voorhanden zou hebben.
Zelfs als deze webcamfilms geheel vrijwillig door de betrokken jongens gemaakt zijn en er dus van misbruik in engere zin geen sprake is, dienen deze jongens tegen hun eigen jeugdige onnadenkendheid beschermd te worden. Bij de strafbaarstelling van kinderporno gaat het immers niet alleen om het voorkomen van schade aan het kind dat bij de vervaardiging van kinderporno betrokken is geweest als gevolg van die vervaardiging, maar ook om het voorkomen van schade aan dat kind en kinderen in het algemeen door in het in omloop brengen van beeldmateriaal. De instemming van bijvoorbeeld een zestien of zeventien jarige met de vervaardiging en verspreiding van kinderporno neemt de schadelijke effecten ervan niet weg. (MvA. 27745, nr. 299b, pag. 5)